Grus grus

Tja, wie is er niet als de pinken bij dit jaar. De sneeuwklokken zijn alweer uitgebloeid, de lucht boven het weiland tiereliert al weken van de leeuweriken en alle nestkastjes zijn reeds bezet. En het is nog maar half maart!
De kraanvogels – Grus grus – zijn er ook vroeg bij. Vorige week pakten ze op een zonnige dag hun kans en vlogen zonder veel moeite vanaf het Duitse eiland Rügen overzee naar de Zweedse kust. Trekvogels houden niet van regen en harde wind, zelfs niet als deze achter is. Een droge dag met een zacht briesje onder de staart is het mooist. Kraanvogels houden bovendien van zonnestralen waardoor boven land een opwaartse luchtstroming ontstaat, waarin ze cirkelend tot grote hoogte kunnen stijgen. Vanaf daar glijden ze dan zonder moeite kilometers lang verder, slechts langzaam hoogte verliezend. Vleugelslagen hoeven ze daar nauwelijks bij te maken. Dat scheelt natuurlijk enorm in het brandstofgebruik. Het beetje vet dat er nog aan zit bewaren trekvogels graag voor het maken van hun nest.
Bij gunstig weer bereiken de kraanvogels, aan het eind van hun glijvlucht vanaf Rügen, net zo'n beetje ons huis. Staat de wind meer uit het oosten dan zweven ze ten westen van ons over Falsterbo, waait het meer uit het westen dan scheren ze over de kust van Österlen. In beide gevallen zien en horen we ze niet, maar dit jaar hebben we geluk! Vlak boven ons hoofd wordt, zo rond lunchtijd, al dagen achtereen druk overlegd hoe nu verder. Wij zitten, een vergeten boterham in de hand, met open mond en oren en een stijve nek op een luw plekje in de tuin.
Honderden kraanvogels met zo licht mogelijk uitgevoerde poten – aandoenlijk bungelende staken, als een kindertekening, met een harkje aan het eind – arriveren in chaotische formaties en cirkelen luid toeterend steeds hoger om tenslotte ordelijk en bijna onhoorbaar en onzichtbaar weer naar het noorden te verdwijnen. Plaatsmakend voor de volgende formatie trompet blazers die elkaar opmonteren en aanmoedigen om de stijgende lucht boven het dal van de Kulleån te benutten.
Wij rukken onze wintermutsen van het hoofd en knijpen met opgeheven gezicht onze ogen dicht tegen de zon om deze luidruchtige voorjaarsboodschap in te drinken. Wij willen ook glijden op de warme lucht met een windje in de rug.

Waar vliegen die duizenden kraanvogels naartoe? Nou, uiteindelijk naar hun verspreid liggende broedplaatsen in het noorden, maar eerst naar het Hornborgasjön. Dat is sinds mensenheugenis hun belangrijkste tussenstop in midden Zweden en hangt samen met de brandewijnzucht van de Zweden. Rond het meer werden vroeger namelijk veel aardappelen verbouwd voor de brandewijnproductie en de overgebleven aardappelen bleven in de winter in de grond liggen. Deze vormden in het voorjaar een welkomsthapje voor de kraanvogels, die van lieverlee het Hornborgasjön als favoriete pleisterplaats kozen om weer een beetje op krachten te komen. De brandewijnstokerijen zijn al lang verdwenen maar tegenwoordig strooien natuurbeschermers elk voorjaar honderden tonnen graan op de weilanden rond het meer. Geen boer wil tenslotte tienduizenden uitgehongerde trekvogels op z'n wintertarwe. Het uitstrooien van graan wordt bekostigd met de parkeergelden van bezoekende vogelaars. Kortom een dubbele win – win situatie. Vandaag 21 maart staat de teller op 9700 kraanvogels, een feit dat het Nieuwsjournaal haalt. Niemand weet overigens hoeveel kraanvogels het meer jaarlijks aandoen maar de vogeltellers bij het meer weten wèl precies hoeveel er van dag tot dag verblijven. Vorig jaar op 3 april waren het er 26.500! Je kunt ze zien dansen, nou ja een paar tellen zien huppen en eventueel een grasje in de lucht zien gooien. Veel stelt het niet voor maar als heel veel vogels dit tegelijkertijd doen is het minstens zo indrukwekkend als een wave in een voetbalstadion. Eind april is het weer doodstil bij het meer. Dan zijn alle vogels doorgevlogen naar hun nesten aan de oevers van watertjes, moerassen en venen in Noord- en Midden Scandinavië. Als het allemaal goed gaat komen ze in september weer overnachten bij het meer, nu met hun kinderen. Als je vanuit je luie stoel kraanvogels wilt zien moet je www.hornborga.com bezoeken. Er staan inmiddels webcamera's bij het meer.

© Roelke Posthumus, maart 2014