Weetjes

De wetenschappelijke theorievorming over leiderschap lijkt (nog) nergens naar.

Wetenschap begint zoals het woord al zegt met weetjes. Om die te kunnen verzamelen hoef je niet echt door te leren, maar wel je ogen uit de zak, neusgaten gesperd en vingertoppen gespitst hebben. Moeilijk is 'weetjes' vergaren dan niet want een baby van een paar dagen oud kan het al. Onvermoeibaar staart, snuffelt en vingert zo'n wurm de dagen door. Later, als peuter moet hij alles proeven, tot de eigen keutels en die van het konijn aan toe. Door zijn oren te spitsen leert hij vanzelf de klanken om zich heen begrijpen en vraagt al snel iedereen de oren van het hoofd. Na enige tijd gaat een dreumes de verzamelde weetjes ordenen en in hokjes stoppen en raakt zo spelenderwijs bedreven in de tweede wetenschappelijke activiteit: categoriseren. Ook hier is het met geen stok vanaf te houden.
Weetjes verzamelen en deze vervolgens een naam geven en ordelijk opbergen zijn aangeboren hebbelijkheden van kinderen. Als een peuter hoort dat een bal een bal is dan snapt hij meteen dat andere ronde rollende dingen van dezelfde afmeting en hetzelfde gewicht ook ballen zijn en bergt dit gegeven op in het juiste hokje in zijn brein. Niets leuker voor een jong kind dan vierkantjes bij vierkantjes leggen, drietjes bij drietjes en zelfs meisjes bij meisjes.
Het is dan ook helemaal niet bijzonder dat een wetenschapper planten, dieren, gesteenten en andere verschijnselen goed bestudeert, van een naam voorziet en vervolgens in een lade met een opschrift als 'tweezaadlobbige planten', 'buideldieren' en 'zwavelhoudende gesteenten' stopt. Hij doet wat elk kind met een beetje verstand ook al doet. Een wetenschapper wordt hij pas wanneer hij overdreven nieuwsgierig gaat wroeten. Die derde activiteit is namelijk nodig om de vleugel van die ene dode vogel tot op het bot te fileren, Higgs deeltjes aan te tonen en de hersengebieden van de mens in kaart te brengen.
Dit gepeuter op de vierkante centimeter levert veel kennis op over hoe de wereld werkt en dat is handig. Zo hebben dokters hun handen leren wassen, hebben we de verbrandingsmotor ontwikkeld en genetische codes ontrafeld. Maar de resultaten van gewroet geven nog geen inzicht in het ontstaan of de functie van deze vondsten. Daarvoor moet uit de wroet-resultaten een veronderstelling over de werkelijkheid worden afgeleid oftewel de wetenschapper dient zich ernstig af te vragen hoe iets zo gekomen zou kunnen zijn en waartoe het dient om daar vervolgens een theorie over te ontwikkelen. En daarmee is hij dan nog niet klaar want die theorie dient vervolgens getest te worden want iemand kan tenslotte wel van alles beweren. Echte wetenschap staat en valt met een testbare theorie.
Kan de bestudering van leiderschap in onze organisaties en bedrijven de toets der wetenschap doorstaan? Er zijn ontegenzeggelijk veel weetjes over wat leiders doen en meningen over wat wij vinden dat ze moeten doen. En hoewel deze weetjes en meningen nogal divers zijn, is iedereen het er toch wel over eens dat een goede leider in ieder geval integer, eerlijk, besluitvaardig, diplomatiek en intelligent moet zijn.
Sommige onderzoekers turven wat leiders precies doen, anderen bestuderen nauwkeurig hoe iemand een leider wordt en inmiddels zijn – soms op grond van deze wroet-resultaten – vele leiderschap-theorieën geformuleerd. Zo zijn er theorieën die stellen dat leiders geboren worden, dat ze gemaakt worden, dat leiders volgelingen aantrekken door hun gedrag of door hun charisma, dat de context bepaalt of iemand een leider wordt, en dan nog een handvol die niet zo zeer iets zeggen over hoe leiderschap ontstaat maar eerder over hoe het zou moeten functioneren – dienend of gedistribueerd bijvoorbeeld. De meeste theorieën sluiten elkaar niet echt uit en er zijn vaak slechts met moeite hypothesen over het ontstaan en het functioneren van leiders uit af te leiden. Testen van de theorieën is daarmee vooralsnog ondoenlijk.
Kortom, de bestudering van leiderschap is weliswaar het stadium van weetjes en ordening ontgroeid – een leider is een leider zoals een bal een bal is en dient eigenschappen te bezitten die we in elk medemens waarderen – maar er moet nog heel wat gefileerd en vooral zindelijk nagedacht worden voordat we voldoende bouwstenen hebben voor een echte wetenschappelijke theorie over leiderschap.

© Roelke Posthumus, 2012