DE NATUURLIJKE LEIDER

'De Natuurlijke Leider' van Mark van Vugt (hoogleraar aan de VU) en Anjana Ahuja (journalist voor de Times) is gelukkig niet het zoveelste boek over de kenmerken van een leider en de manieren waarop je een goede leider kunt worden. De 'Natuurlijke Leider' probeert een heuse wetenschappelijke verklaring te geven voor het ontstaan van leiders en voor de mismatch tussen onze oude breinen en de eisen die we stellen aan moderne leiders. Daartoe grijpen de schrijvers terug op meer dan twee miljoen jaar evolutie van onze voorouders. Dat levert een boek vol leuke anekdotes en handige overzichten op. Een nieuwe, laat staan overtuigende, wetenschappelijke verklaring is het echter niet.

Wetenschap begint vaak met waarnemen en ordenen van verschijnselen. Vanaf daar leidt het tot peuteren en fileren en als het echt mee zit tot een synthese van de vergaarde kennis en inzichten om daarmee de herkomst en het doel van verschijnselen te verklaren. Wat dit aangaat staat de studie van leiderschap nog in de kinderschoenen, vergeleken met bijvoorbeeld evolutie-biologie en antropologie. Organisatiekundigen observeren wat een leidinggevende doet, categoriseren leiderschapstypen en knutselen met managementtechnieken. En dat is het wel zo'n beetje. Een synthese van deze kennis en het stellen van vragen naar het doel en de herkomst van leiderschap komt er zelden van. Mark van Vugt probeert hier met zijn 'allesomvattende evolutionaire theorie over leiderschap (ELT)' in te voorzien. Hij wil met 'De Natuurlijke Leider' een wetenschappelijke basis voor leiderschap leggen en verklaren waarom we – volgens hem – zo vaak de verkeerde leider kiezen. Dat is toe te juichen en schept ook hoge verwachtingen want de psycholoog van Vugt houdt zich als hoogleraar aan de VU en de universiteit van Oxford al langere tijd bezig met leiderschap en wordt op de flaptekst zelfs een internationale expert genoemd. Eigen lab-onderzoek en bestudeerde literatuur over de evolutionaire geschiedenis van de mens en onze verwanten vormen de fundamenten voor dit boek.

De 'Natuurlijke Leider' is een vlot geschreven boek geworden met duidelijke overzichten van leiderschapstheorieën en van typen leidinggevenden. Het staat vol met actuele voorbeelden en pakkende anekdotes. Het bevat ook een eenvoudige test om erachter te komen welk type leider je bent en een verklarende woordenlijst. Kortom, van Vugt is vast een geliefd docent en Ahuja een ervaren journalist. Daarmee zijn mijn complimenten echter uitgeput. Na 2 hoofdstukken had ik de lijn van het betoog nog niet te pakken en stonden mijn hakken inmiddels behoorlijk in het zand door de parmantige toon en de pretentie waarmee de boodschap erin gestampt wordt. Als lezer mag je toch op zijn minst verwachten dat een 'nieuwe allesomvattende theorie' degelijk en systematisch onderbouwd wordt met eigen onderzoek en een brede kennis van de literatuur. Beide ontbreken in dit boek. Eigen onderzoek wordt eerder als een illustratie van een stelling gebruikt dan als een bouwsteen voor de argumentatie, op de leiderschapstest is methodologisch nogal wat aan te merken en de geraadpleegde literatuur over de evolutie van de mens is op z'n minst eenzijdig. Ook worden de begrippen evolutie en culturele ontwikkeling voortdurend door elkaar gebruikt. Voorbeelden worden als vaststaande feiten gepresenteerd en tegenvoorbeelden verdoezeld. Om kort te gaan brengt het boek een breed en boeiend onderzoeksgebied terug tot een soort uitgerekte reclametekst. Ik vind dat doodzonde. Van Vugt heeft vast veel verstand van leiderschap maar zijn argumenten voor zijn visie op de evolutionaire basis ervan blijven ver beneden de maat.

Waarom zouden onze voorouders eigenlijk andere leiders gekozen hebben dan wij? Ook zij zullen wel eens verkeerde keuzes gemaakt hebben maar een systematische voorkeur voor viriele jonge mannen is niet aannemelijk. Het is niet waarschijnlijk dat onze soort dat in prehistorische barre tijden overleefd zou hebben net zomin als wij dat nu zouden kunnen. Het palet van gedragingen van in groepen levende primaten en andere sociale zoogdieren (en vogels) is breed. Het is te simpel om aan te nemen dat ons gedrag het meeste op dat van chimpansees of gorilla's – waarom niet op dat van egalitaire bonobo's? – lijkt omdat zij sterk aan ons verwant zijn. De omstandigheden waaronder wij onze evolutie doormaakten verschilden immers sterk van die van hen. Bovendien hebben we enorm plooibare hersenen.
Ik vermoed dat de keuze voor een machtige 'Grote Man' dan ook geen uitvloeisel van onze evolutie is maar een recente culturele uitvinding. Dat zou een positieve boodschap zijn want een culturele verworvenheid is gemakkelijker terug te draaien dan een genetisch bepaalde eigenschap.
Misschien vinden van Vugt en Ahuja dat eigenlijk ook. Om ons te overtuigen moeten ze dan wel met steekhoudende argumenten komen.

© Roelke Posthumus