Eigen landje

Bij de vogel voederplaats verzamelen zich dagelijks nog vele zangvogels want de winter is ongewoon lang en streng. De rest van het jaar bewaren mezen en andere kleine kwetteraars een flinke onderlinge afstand maar nu zitten ze vredig bijeen. Beleefd wacht een pimpelmees tot een boomklever en een merel klaar zijn met eten. Er is genoeg zaad voor iedereen. Al de hele winter zwerft een kudde damherten op de akkers achter ons huis. Hoe slechter het weer, hoe meer ze samen klonteren. Soms splitst de kudde zich in twee of drie groepen – misschien door een meningsverschil over de beste route naar het sparrenbos of het beste tijdstip om te gaan slapen – maar na enige tijd zoeken ze elkaar weer op om gezamenlijk onder de sneeuw naar groene wintertarwe sprietjes te zoeken. Tussen de volwassen mannen breken geen gevechten uit. Dat bewaren damherten tot de paartijd.
Maar nu is het maart en maken de damherten mannen zich los van de kudde om zich in hun eentje diep in het bos te gaan bezinnen op het komende najaar. De nabijheid van andere mannen wordt niet meer geduld. En gisteren zat een van de koolmeesmannen alweer op de hoogste tak van een struik te schreeuwen dat dit zijn strikt persoonlijke uitzichtpunt is. Over een of twee weken zullen alle vogelmannen hun privéterrein met veel geschreeuw en gefluit afpalen. De tijd van tegen elkaar aan schurken is voor herten en zangvogels voorbij.
Roofdieren zoals vossen en marters trekken in de winter niet meer op elkaar aan dan in de zomer. Zij zijn het gehele jaar door op zichzelf en druk in de weer om middels gericht plassen en poepen hun landje af te bakenen. En ook hond Toek spaart graag een flinke voorraad urine op om tijdens de ochtendwandeling grenspaaltjes te slaan. Vooral na een weekend met mooi weer is dat een tijdrovende klus want dan moet alle pies van gepasseerde honden weer opnieuw afgedekt worden. Dat dient met beleid te gebeuren want de voorraad urine moet volstaan voor de hele route en je weet maar nooit of dit een kort rondje of een langere tocht gaat worden.
Als een echte hond draait Toek ook graag een drol aan de randen van haar woongebied. Liefst open en bloot want het eigen land dient in alle uithoeken bekrachtigd te worden.
Hoe anders is dat met poes Nelson. Of er nu een sneeuwstorm staat of het vriest dat het kraakt, een paar maal per dag kleppert het kattenluik omdat hij zijn drol ver van huis en op een geheime plek moet deponeren. En die drol dient zorgvuldig afgedekt te worden met bladeren, zand of – zoals nu – met sneeuw. Katten hebben wel een eigen landje maar dat houden ze graag geheim voor de buren. Hun territorium overlapt met de jachtterreinen van de andere katten in de buurt dus dat hoeven ze niet af te bakenen en waarom zou je de aandacht op jezelf vestigen? Stilletjes legt een kat een drol in de bloembak van de buren en dekt die voorzichtig toe.

© Roelke Posthumus, maart 2013