Overleven en uitsterven

Wilde rendieren hebben al duizenden jaren met klimaatverandering te maken. Vroeger graasden zij in de Dordogne en waren - getuige de nagelaten rotstekeningen - de meest geliefde prooi van onze overgrootouders, de Cro-Magnon mens. Toen het gletsjerijs zich aan het eind van de laatste koude periode terugtrok tot ver boven de poolcirkel, wandelde het rendier mee.
Die lange tocht was uit nood geboren want in een bos legt een rendier het af tegen een eland of een edelhert. Op de sneeuwrijke toendra, aan de randen van het ijs zijn de rollen echter omgekeerd, daar is een rendier in zijn element. Zijn grote platvoeten zorgen voor optimale draagkracht in diepe sneeuw en zijn warme vacht houdt, evenals die van een ijsbeer, luchtbelletjes vast en beschermt hem dus zelfs tegen de diepste vrieskou. Een rendier zie je ook nooit energieverspillend springen of huppelen. Het wandelt of jogt waarbij het zijn rug en lijf horizontaal en zo stil mogelijk houdt. Alleen de poten bewegen. Bovendien heeft een rendier een darmstelsel waarmee zelfs rendiermos te verteren is. Daar kan een hert allemaal niet tegenop.
Omdat de sneeuw in Noord Europa 's winters veel verder naar het zuiden ligt dan 's zomers, is een rendier een trekdier. Door het toeristenverkeer naar de Noordkaap en het recht van elke Noor en Zweed om ook ver boven de poolcirkel van alles te genieten waar men in Oslo en Malmö aan gewend is, zijn wegen dwars door hun trekroutes aangelegd en veriijzen vakantiedorpen op hun weidegronden. Voor wilde rendieren wordt het zo steeds lastiger om hun traditionele levenswijze vol te houden want rendieren passen zich maar moeilijk aan veranderingen aan. Zo staan ze eindeloos te treuzelen voor ze een autoweg over steken. Als goed opgeleide kuddedieren wachten ze tot de leider het echt volkomen veilig vindt en hen voorgaat. Dat oversteken kan wel wat tijd nemen want soms keert er weer een terug of zijn er nog wat achterblijvers. Dit alles wordt menig automobilist te veel - en rendier fataal - . Zelfs de grootste dierenvriend geeft uiteindelijk luid toeterend gas. Bovendien is al dit getreuzel verspilde tijd, die een rendier beter aan het graven naar rendiermos kan besteden.
Gelukkig hebben rendieren hier iets op gevonden. Zij hebben de mens geadopteerd, evenals de oeros, het wilde schaap en de wolf dat deden. Het rendier adopteerde de Samen, het oervolk dat het hoge noorden bewoont. Samen houden erg veel van hun tamme rendieren want zij vormen hun belangrijkste middel van bestaan. Bovendien weten de Samen, met een beroep op hun status als oervolk, met succes de bouw van vakantiedorpen en skiparadijzen op hun weidegronden te beperken. Op de voorjaars- en najaarstrek begeleiden zij hun rendierkuddes en je laat het als automobilist echt uit je hoofd hierbij een verstorende factor te willen zijn, zeker als je geen Samenbloed hebt.
Met het wilde rendier gaat het door de klimaatverandering weliswaar niet goed aflopen maar de tamme rendieren beleven gouden tijden.

© Roelke Posthumus, 2012