Zwijnenzooi

De goede aanpassers onder de dieren gedijen het beste bij weifelend overheidsbeleid. Dit is in Zweden al niet anders dan in Nederland. Zo besloot de Zweedse regering in 1980 dat het wilde zwijn een ongewenste diersoort was en uitgeroeid diende te worden. Toen dit na 8 jaar nog niet gelukt was, besloot de regering dat het wilde zwijn toch tot de natuurlijke fauna van Zweden behoort.
Sindsdien groeit de wilde zwijnen populatie de pan uit want wilde zwijnen passen zich op meesterlijke wijze aan het gezwabber van de politici aan. Van nature komen de beesten vooral voor in streken met veel loofbos, zeg maar in Zuidoost Zweden, want ze zijn gek op beukennoten en eikels. Sinds enige decennia verspreiden ze zich echter snel noord- en westwaarts want voor wie niet al te kieskeurig is, valt overal wel voedsel te vinden. Zelfs de Noren beginnen zich druk te maken over de aan hun oostgrens samendrommende zwijnen. De laatste schatting wees uit dat er inmiddels 150.000 (sommige schattingen beweren 300.000) zwijnen de Zweedse bodem omwroeten. Nu bestaat Zweden voor een belangrijk deel uit akkers, golfbanen en gazonnen en die worden door de wilde zwijnen vakkundig afgezocht op iets eetbaars. Golfbanen verliezen hun leden en de boerenbond in Skåne eist, niet geheel onterecht, dat haar leden toch tenminste voldoende ruwvoer moeten kunnen oogsten om de eigen varkens de winter door te helpen. De boeren dreigen zelfs op de zwijnen te jagen met vallen, nachtkijkers en auto's met schijnwerpers, jachtmethoden die alle streng verboden zijn.
Opvallend genoeg hoor je weinig klachten over wroetende zwijnen van de adellijke grootgrondbezitters. Zij hebben dan ook boter op hun hoofd door het op grote schaal bijvoeren van hun damherten en edelherten. Wilde zwijnen lusten ook wel voederbieten en eten hun buikjes rond. Zo houden zij nog meer tijd over om zich voort te planten.
De oplossing voor het zwijnenprobleem is natuurlijk doodeenvoudig: vrij baan voor grote roofdieren. Maar daartegen verzetten zich zowel grootgrondbezitters als boeren want iedereen wil 's zomers zijn schapen vrij in de heuvels laten grazen. Een echte Viking is nu eenmaal geen schapenhoeder en schiet liever een wolf dan een zwijn.
Dat is jammer want vlees van wilde zwijnen kan een aardige bijverdienste opleveren omdat het bij smulpapen gewild is. Een ondernemende landeigenaar in onze omgeving schoot dit jaar dan ook de helft van de lokale zwijnenpopulatie (170 stuks).
En onlangs hoorden we over een veelbelovend initiatief van de jager-boeren in midden Zweden. Daar sloegen honderden jagers de handen ineen en coördineerden voor het eerst in hun leven hun drijfjachten. Zwijnen, die naar een aangrenzend jachtgebied vluchtten, werden niet meer traditiegetrouw doodgezwegen – in de hoop dat deze terug zouden keren en alsnog door de eigen jagers afgeschoten konden worden. Nee, de grensoverschrijding werd in detail aan de nabijgelegen jachtclub doorgegeven en dit over en weer. Het leverde in korte tijd een ongekend aantal dode zwijnen op, mooie inkomsten voor iedereen en een overvloed aan lekker biologische vlees.

© Roelke Posthumus, januari 2013